Ga eens boeven vangen
Posted on | March 8, 2010 | No Comments
Dit keer niet tegen de politie gericht, maar tegen de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) en Jeugdzorg (JZ). De laatste weken duiken er verontrustende berichten op in de media waarbij overenthousiaste JGZ- en JZ-medewerkers brave vaders en moeders er onterecht van beschuldigen dat ze hun kinderen verwaarlozen of mishandelen.
Wie wantrouwen zaait, zal wantrouwen oogsten. De JGZ en JZ lijken steeds meer samen te smelten. Daar waar het namelijk de natuurlijke taak van de Jeugdzorg is om problemen op te sporen, doen tientallen beroepsgroepen in de jeugdgezondheidszorg dat inmiddels ook. Velen daarvan werken met meldplichten en protocollen als ze ‘niet-pluis’-gevoelens hebben. Een greep uit het rijke aanbod: tandartsen, eerste hulpposten, juffen en meesters, school maatschappelijk werkers, jongerenwerkers, kraamhulpen, consultatiebureau-artsen en –verpleegkundigen, gemeentelijke interventieteams (ja de tandenborsteltellers). Er ontstaat een ronduit negatieve benadering jegens gezinnen. Wie problemen zoekt, zal ze immers vinden. Desnoods leg je een gezin net zo lang onder een vergrootglas totdat je een probleem hebt gevonden.
Een aantal voorbeelden: Eén op de tien meldingen van kindersmishandeling is onterecht, meldde Trouw begin februari in een fraai achtergrondverhaal. Nog eens vijftien procent van de meldingen kan niet bevestigd worden. Dat is dus een mix van schuldigen en onschuldigen. Dat kan gebeuren, maar al die gezinnen worden in elektronische dossiers geboekt als verdacht. Je weet immers maar nooit. Gezinnen gaan daar echter aan kapot, boekstaafde de krant.
Een Zutphens paar raakte zijn pasgeboren baby kwijt omdat de plaatselijke Jeugdzorg mishandeling vermoedde. De baby had een gebroken sleutelbeen die, achteraf, veroorzaakt bleek door de zware bevalling. Gepraat met de ouders werd er niet. De baby werd gewoon weggehaald, vertelt het bericht.
Webzine Ouders Online verzamelt al een tijd schrijnende verhalen. Een greep:
je vraagt om hulp voor een licht opvoedprobleem en je eindigt met een uithuisplaatsing van je kinderen en een slepende procedure om dat te herstellen;
je vertelt in je onschuld dat je het zwaar hebt omdat je man pas weggelopen is (waardoor je een keer per ongeluk het brood van je kind in een beschimmeld broodtrommeltje hebt gedaan), en de juf doet een melding bij het AMK waarna het gevecht begint;
je komt met een peuter met een gebroken armpje bij de Eerste Hulp en je kind wordt zonder dat jij erbij mag zijn, onderzocht op sporen van mishandeling.
Dit vertelde Ouders Online ook aan het AD dat de volgende dag ‘Ouders wantrouwen consultatiebureaus’ kopte. Volgens hoofdredacteur Justine Pardoen leidde het interview tot veel kwaad bloed in de JGZ en JZ. Ze pareerde de boze reacties in een helder commentaar dat uitgebreide citatie verdient:
‘Blijkbaar is het voor veel mensen erg verontrustend dat wij ouders soms adviseren om niet naar Bureau Jeugdzorg te gaan maar dat ze soms beter op zoek kunnen gaan naar een onafhankelijke psycholoog, omdat ze dan kunnen vermijden dat er van alles in een digitaal dossier opgenomen wordt wat je lang kan achtervolgen. Ook ondersteunen we het advies dat ouders elkaar soms geven, om voorzichtiger te zijn met het vertellen van persoonlijke dingen op het consultatiebureau, omdat dat kan leiden tot het stempel ‘risicogezin’, met toenemende bemoeienis tot gevolg.
In sommige reacties werd het ‘ronduit gevaarlijk’ genoemd, dat wij dit doen. Een manager in de jeugdzorg meende zelfs dat het eerstvolgende “kofferbak-drama” onze schuld zou kunnen zijn. (…) Laat het duidelijk zijn: we boycotten de jeugdzorg noch de jeugdgezondheidszorg. We adviseren ouders bijvoorbeeld nooit om weg te blijven van het consultatiebureau. (…)
We signaleren dat er iets veranderd is sinds de dood van Savannah en het Maasmeisje: alles is erop gericht om nog meer kindermishandeling te voorkomen. En terecht! Maar we willen wel dat er geluisterd wordt naar ouders die aan den lijve ondervinden wat de schadelijke gevolgen zijn van het huidige beleid. Dat beleid veronderstelt namelijk dat álle ouders potentiële daders van kindermishandeling zijn, tót het moment dat ze bewezen hebben dat niet te zijn. Alle zorgprofessionals moeten kijken door die bril, en mogen taken die daarbij horen niet weigeren.
De prijs van alle goede bedoelingen is hoog. De verhalen van ouders zijn schrijnend, en hun aantal neemt toe, signaleren wij. Maar dit is het gevolg: meer levens worden ontwricht, meer gezinnen worden uit elkaar gehaald dan ooit, terwijl het aantal mishandelingen niet afneemt. (…)
We hebben dan ook één grote wens voor de toekomst: dat hulpverleners weer gaan zien dat ze te maken hebben met mensen, in plaats van met ‘casussen’ en ‘dossiers’. Dus dat bij elke beslissing even gedacht wordt: “Wat betekent dit voor deze mensen, en hoe zou ik me voelen als dit míj overkwam?”
We zouden willen dat zorgverleners altijd ook zélf blijven nadenken, in plaats van zich te gedragen als kille uitvoerders die zichzelf rechtvaardigen met: “Het is me nu eenmaal zo opgedragen”. Dat laatste horen we bijvoorbeeld van wijkverpleegkundigen die verplicht zijn om vragenlijsten in te vullen, terwijl ze dat eigenlijk liever niet zouden willen. Ook het invullen van zo’n lijst op een later tijdstip dan het protocol vereist (bijvoorbeeld omdat een JGZ-medewerker de ouders en hun situatie dan beter kent), is niet toegestaan.
Een treffende ervaring in dit verband, deed ik op tijdens een lezing voor aankomend pedagogen in Tilburg. Ik vroeg de studenten wat ze ervan vonden om alles wat ze geleerd hebben aan protocollen eens weg te denken, en zich voor te stellen hoe het zou zijn om onbevangen naar verhalen van ouders te luisteren die bij hen kwamen met een probleem. Dat was nieuw voor ze. Want als je handelt in het belang van het kind dan doet het belang van de ouders er toch niet meer toe?’
Ouders Online heeft een dossier over bemoeienis achter de voordeur.
Comments
Leave a Reply


